Eén dag met de jongste deurwaarder van GGN

4 minuten | GGN | Sociaal incasseren

Sanne de Nijs, Communicatieadviseur

Als communicatieadviseur bij GGN schrijf ik regelmatig over het werk van deurwaarders. Maar wat doet een deurwaarder nou echt op een dag? Dat wist ik eigenlijk niet. Tijd om daar verandering in te brengen en dus maakte ik een afspraak.

’s Ochtends ging mijn deurbel. Daar stond Chris. 28 jaar, witte sneakers, grijze jeans en een oversized sweater. Hij zag eruit als iemand die je tegenkomt in de lokale supermarkt. Ook zijn auto past in dat beeld en is bewust door hem gekozen. “Als je dertig keer per dag in en uit moet stappen, kies je liever geen sportieve auto”.

Dat is de eerste les van de dag. Alles aan dit vak is bewuster dan het lijkt.

Vader en dochter

We stappen in zijn zwarte Volkswagen Taigo, op weg naar het eerste adres in Breda. Op de achterbank zie ik een doos met papieren en een koelbox. De motor slaat af en voor ik het door heb staat Chris al buiten. “Kom je nog?”

Een vader doet open. Zijn dochter heeft maanden geen zorgpremie betaald en moet voor de rechter verschijnen. Hij wist van niks. Terwijl Chris rustig uitlegde wat er gaat gebeuren, kon ik alleen maar denken aan het moeilijke gesprek zodra de dochter thuiskomt. We laten de dagvaarding bij vader achter en lopen terug naar de auto.

Nog 25 adressen te gaan.

Blaffende honden bijten (niet)

Onze tweede stop ligt in de wijk waar ik ben opgegroeid. De gordijnen zijn dicht en de tuin is wat verwilderd. Iets wat hier eerder regel dan uitzondering is. We bellen aan.

Een man met lang grijs haar doet open. Aan zijn gezicht is te zien dat hij veel heeft meegemaakt. Bij het zien van het proces-verbaal vertrok zijn gezicht als een donkere wolk voor de zon. Zijn vrouw kan nooit een verkeersboete hebben ontvangen. Hij is laaiend en stapt naar buiten, iets te dichtbij. “Ik blaf niet alleen, maar bijt ook als het moet”, zegt hij. Achter hem verschijnt zijn vrouw, aan de zuurstof. Dat verklaart een hoop.

Chris blijft aandachtig luisteren en onderbreekt niet. Ik denk intussen terug aan mijn tijd in het callcenter. Gesprekstechnieken als Laat OMA Thuis (oordelen, meningen en adviezen) en LSD (luisteren, samenvatten, doorvragen) beheerst hij als geen ander. De man kalmeert als Chris uitlegt dat hij onze collega’s kan bellen om dit aan hen uit te leggen. Alsof er niets is gebeurd, geeft hij ons nog een best bedoeld advies om de overheid niet te vertrouwen en wenst ons een fijne dag.

“Dat gaat wel vaker zo”, zegt Chris, als we teruglopen. Ik vraag hoe hij weet hoe hij zich moet opstellen aan de deur. “Als deurwaarder moet je wel een mensen-mens zijn en situaties goed aanvoelen. Bij de meeste adressen ben ik vaker geweest en weet ik wat er speelt.”

Voor een dichte deur

Bij het derde adres doet niemand open. Brief door de bus. Bij het vierde ook. En het vijfde.

Gemiddeld belandt zo’n 62 procent van de documenten gewoon door de brievenbus. Sommige dagen spreekt Chris één persoon. Voor de rest is het (in zijn eigen woorden) “postbode spelen”, al zal menig collega daar anders over denken. Ik lach, maar hij kijkt serieus. Het stoort hem. Niet omdat hij wil confronteren, maar omdat iedereen recht heeft op uitleg. En omdat hij soms, als hij ziet dat iemand echt vastloopt, ook kan helpen.

Aangekomen in Oosterhout staat een man op ons te wachten in een fluweelgroene badjas. De strassstenen op zijn goudkleurig horloge glinsteren in de zon. Er wordt beslag gelegd op zijn uitkering. Hij is het er niet mee eens, maar het lijkt hem verder niet zo te boeien. Chris legt rustig uit hoe de beslagvrije voet werkt (het bedrag dat altijd vrij blijft van inhouding om van te leven). Hij geeft de website mee waarmee hij het kan berekenen en controleert of de man het begrepen heeft. Een tip, gegeven door de man die het beslag legt.

De deurwaarder als hulpverlener

Onderweg praten we over hoe hij hier terechtkwam. Via schuldhulpverlening bij een jeugdzorginstelling, daarna de bewuste keuze voor het deurwaardersambt vanwege de onafhankelijke positie. Ook praten we over de spanning die hij soms voelt: dagelijks ziet hij adressen waar mensen hulp nodig hebben en niemand langskomt. Het liefst zou hij met een lijst naar de gemeente stappen, maar dat mag niet zo. Iets met privacy en toestemming. De regels zijn er niet voor niets, maar ze knellen soms. “Ik ben een verlengstuk van de opdrachtgever”, zegt hij. “Maar soms doe je gewoon even iets extra’s.”

Hij vertelt over een oudere dame in een verzorgingshuis: beslag dreigde, maar ze had geen internetbankieren, geen dochter die meehielp, geen manier om een bedrag over te maken. Chris spreekt af dat hij elke maand persoonlijk langskomt om vijftig euro contant op te halen. Drie maanden later, als hij weer wil langsgaan, ziet hij dat de dochter het gelukkig zelf heeft geregeld. “Dan ga je toch met een goed gevoel naar huis.”

Deurwaarders zijn net mensen

Eind van de middag zet hij me af. Hij rijdt straks door naar huis, waar hij de documenten gaat scannen en de route voor morgen klaarzet.

Ik had verwacht dat dit een dag zou zijn over schulden, procedures en harde gesprekken. Dat was het ook. Maar wat me meer bijbleef: de man die begon met “ik bijt als een hond” en eindigde met een fijne dag. De man die een tip meekreeg in plaats van alleen een brief. De oudere dame voor wie iemand elke maand langs de deur reed zodat ze kon betalen.

Chris omschreef zijn werk ergens onderweg zelf het best: “Hard waar het moet, zacht waar het kan. En het is eigenlijk bijna altijd zacht.”